DE TERUGKEER

EDELMAN

EDELMAN

Amsterdam, de Jodenbuurt. Een straat die er nog steeds uitziet zoals ze eruitzag. Bijna.

Boven een deur staat een naam gegraveerd in de steen.

EDELMAN.

Het huis bestaat nog. De familie niet.

Na de oorlog liep een man deze straat in. Hij had overleefd. Hij wist niet hoe. Hij opende de deur, en zag een ander gezin aan tafel zitten.
Hij deed de deur dicht. Liep weg. Keerde nooit meer terug.
Zes jaar later schreef de bewoner hem een brief. De sleutel lag er nog. Hij had gewacht. De man schreef niet terug.

 

Ik ben opgegroeid in een protestants gezin. Godsdienstlessen. Preken. Een wereld waarin de Bijbel werd gelezen zoals een handleiding wordt gelezen — met de antwoorden al voorin.

Maar ik had een vraag die niemand wilde horen.

Als G’d Zijn beloften nakomt, waarom dan dit? Waarom de vervolging van Zijn volk? Waarom de stilte?

Leraren keken me aan. Glimlachten. Praatten ergens anders over.

Ik besloot theologie te gaan studeren. Niet om antwoorden te vinden. Maar omdat ik de vraag niet kon loslaten.

Jaren later, vlak voor het overlijden van mijn moeder, viel er iets op zijn plek.

Mijn moeder was Joods.

Ik had het niet geweten. Zij had het niet gezegd. Misschien had zij het zelf ook niet altijd geweten, of niet gewild dat het geweten werd. Ik weet het niet. Ik zal het niet meer kunnen vragen.

De vraag die ik als kind stelde over het leed van het Joodse volk, was de vraag naar mezelf. Ik zat in die klas en vroeg naar mijn eigen oorsprong. Zonder het te weten.

Sommige dingen wachten. Ze wachten totdat iemand de deur opent. Of totdat er niemand meer over is om te vragen.

Mijn blog gaat over het lezen van de Bijbel met joodse ogen. Over wat er verdwijnt als je de tekst losmaakt van de grond waarop hij is geschreven. Over de kloof tussen herinnering en oorsprong.

Maar een blog is een blog. Soms vraagt een vraag om een ander soort ruimte.

Jacob Dupree is vijfenzestig. Hij staat voor de spiegel. Zijn hand trilt. Hij is failliet — figuurlijk en letterlijk. Van Amsterdam naar Hong Kong en Jakarta en terug. Een erfenis verdampt. Een leven dat niet uitkwam zoals hij had gedacht.

Hij weet niet dat zijn betovergrootvader Simeon ooit voor een deur stond in de Jodenbuurt. Hij weet niet dat er een brief bestaat. Hij weet niet dat er een sleutel is.

Maar hij voelt wat Simeon voelde.

Ik heb gelijk. Iedereen weet het. Niemand zegt het.

Dan komt de brief. Anoniem. In het Hebreeuws. En Jacob vertrekt naar Jeruzalem — naar een interfaith dialoog die uitmondt in een aanslag, en naar de ontdekking dat zijn familie een vraag heeft meegedragen die niemand ooit hardop heeft gesteld.

Ik heb dit boek geschreven omdat ik begrijp hoe dat voelt.

De zoektocht die begon in een godsdienstklas, bij een leraar die mijn vraag niet kon beantwoorden, eindigt waarschijnlijk nooit. Maar ze heeft mij hier gebracht.

De Terugkeer — binnenkort beschikbaar.
Voor wie mijn blog volgt: dit is de roman die onder al die bijbelse lezingen heeft liggen wachten. Misschien al vanaf het begin.

 English

EDELMAN

Amsterdam, the Jewish Quarter. A street that still looks the way it looked. Almost.

Above a door, a name is carved into the stone.

EDELMAN.

The house still stands. The family does not.

After the war, a man walked into this street. He had survived. He didn’t know how. He opened the door — and saw another family sitting at the table. He closed the door. Walked away. Never returned. Six years later, the occupant wrote him a letter. The key was still there. He had waited. The man never wrote back.

I grew up in a Protestant family. Religion classes. Sermons. A world where the Bible was read the way a manual is read — with the answers already at the front.

But I had a question nobody wanted to hear.

If G-d keeps His promises, why this? Why the persecution of His people? Why the silence?

Teachers looked at me. Smiled. Started talking about something else.

I decided to study theology. Not to find answers. But because I could not let go of the question.

Years later, shortly before my mother passed away, something fell into place.

My mother was Jewish.

I had not known. She had not said. Perhaps she herself had not always known, or had not wanted it to be known. I don’t know. I will never be able to ask her.

The question I asked as a child about the suffering of the Jewish people, was a question about myself. I was sitting in that classroom asking about my own origin. Without knowing it.

Some things wait. They wait until someone opens the door. Or until there is nobody left to ask.

My blog is about reading the Bible with Jewish eyes. About what disappears when you detach a text from the ground on which it was written. About the gap between memory and origin.

But a blog is a blog. Sometimes a question needs a different kind of space.

Jacob Dupree is sixty-five. He stands before the mirror. His hand trembles. He is bankrupt, literally and figuratively.From Amsterdam to Hong Kong and Jakarta and back. An inheritance evaporated. A life that did not turn out the way he had thought.

He does not know that his great-great-grandfather Simeon once stood before a door in the Jewish Quarter. He does not know that a letter exists. He does not know that there is a key.

But he feels what Simeon felt.

I am right. Everyone knows it. Nobody says it.

Then the letter arrives. Anonymous. In Hebrew. And Jacob leaves for Jerusalem — toward an interfaith dialogue that ends in an attack, and toward the discovery that his family has carried a question that nobody ever dared to ask aloud.

I wrote this book because I understand what that feels like.

The search that began in a religion class, with a teacher who could not answer my question, will probably never end. But it has brought me here.

The Return — coming soon.
For those who follow my blog: this is the novel that has been waiting beneath all those biblical readings. Perhaps from the very beginning.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *