Op de avond van Pesach zitten overal ter wereld families aan tafel. Het verhaal van de uittocht wordt verteld — niet als iets dat lang geleden met anderen gebeurde, maar alsof iedere generatie er zelf bij was. Niet: onze voorouders gingen uit Egypte. Maar: wij gingen uit Egypte.
Aan die tafel wordt iets zichtbaar dat voor het begrijpen van de Bijbel van doorslaggevend belang is. De Bijbel begint niet met een individu dat gered wordt, maar met een volk dat wordt geroepen. Niet met een persoonlijke geloofskeuze, maar met een geschiedenis waarin mensen worden opgenomen.
Toch heeft een groot deel van de latere theologie uitverkiezing steeds meer individueel begrepen. De vraag werd: ben ik uitverkoren? Word ik gered? Sta ik op de lijst? Maar dat zijn vragen die je aan een bureau stelt, niet aan een tafel. Aan een tafel stel je andere vragen: bij wie hoor ik? Wat is ons verhaal? Wie zit er naast mij?
Een tafel, een volk, een verhaal is een zoektocht naar de verhouding tussen Israël, kerk en uitverkiezing. Is de kerk in plaats van Israël gekomen? Heeft God één volk ingeruild voor een ander? Of is het verhaal anders, groter, ingewikkelder — en misschien ook mooier — dan wij vaak hebben gedacht?
Dit boek begint niet bij een systeem.
Het begint aan een tafel.


