Week 12 — Bezoek en belofte

Abraham voor zijn tent

Genesis 18 gelezen met Joodse ogen

Genesis 18:1 Hij verscheen

וַיֵּרָא אֵלָיו יְהוָה בְּאֵלֹנֵי מַמְרֵא וְהוּא יֹשֵׁב פֶּתַח־הָאֹהֶל כְּחֹם הַיּוֹם
׃
Letterlijk:

En de HEER verscheen aan hem bij de terebinten van Mamre, en hij zat bij de ingang van de tent, in de hitte van de dag.

God verschijnt, maar niet spectaculair.

Abraham zit. Wacht. Leeft zijn dag.

Openbaring vindt plaats in het gewone.

Drie mannen

וַיִּשָּׂא עֵינָיו וַיַּרְא וְהִנֵּה שְׁלֹשָׁה אֲנָשִׁים נִצָּבִים עָלָיו׃

Letterlijk: 

En hij hief zijn ogen op en zag, en zie: drie mannen stonden bij hem.

Geen aankondiging. Geen uitleg.

Gewoon: mensen.

En toch zegt de tekst: de HEER verscheen. 

God komt hier niet buiten de werkelijkheid, maar in de vorm van ontmoeting.

Gastvrijheid

Abraham rent. וַיָּרָץ לִקְרָאתָם
Hij buigt.
Hij nodigt uit.
Hij dient.

Brood. Vlees. Melk.

Wat opvalt: Abraham vertraagt niet Hij handelt
.
In de Bijbel is gastvrijheid geen bijzaak, maar een plaats waar God zelf ontvangen wordt.  

De belofte herhaald

Dan klinkt opnieuw de belofte:שׁוֹב אָשׁוּב אֵלֶיךָ כָּעֵת חַיָּה וְהִנֵּה־בֵן לְשָׂרָה אִשְׁתֶּךָ ׃ 

Letterlijk:

Terugkerend zal Ik tot jou terugkeren, op de tijd van leven, en zie: een zoon voor Sarah, jouw vrouw.

De belofte krijgt nu een tijd. Geen vage toekomst meer, maar een moment.

Belofte wordt concreet.Sarah lachtוַתִּצְחַק שָׂרָה בְּקִרְבָּהּ ׃

Letterlijk: 
En Sarah lachte in haar binnenste.

Niet hardop. Niet zichtbaar. Maar van binnen.
Lachen hier is geen spot alleen, maar ook verwondering, ongeloof, spanning.

Hoe kan dit nog?

“Is iets te wonderlijk?”הֲיִפָּלֵא מֵיְהוָה דָּבָר׃ 

Letterlijk: 

Zou iets te wonderlijk zijn voor de HEER?

Dit is het hart van het hoofdstuk.

Niet: begrijp je het? Maar: is iets onmogelijk? 

De vraag blijft hangen.  Ook voor de lezer.

Van tent naar wereld, Sodom

Het hoofdstuk verandert van toon.

Van gastvrijheid naar oordeel. Van belofte naar recht.

God zegt:הַמְכַסֶּה אֲנִי מֵאַבְרָהָם׃ 

Zal Ik voor Abraham verbergen…? 

Abraham wordt betrokken in Gods handelen. Niet als toeschouwer, maar als gesprekspartner.

Abraham onderhandelt הַאַף תִּסְפֶּה צַדִּיק עִם־רָשָׁע׃ Letterlijk: 

Zult U werkelijk de rechtvaardige met de goddeloze wegvagen?

Wat volgt is een intens gesprek:
50 45 40 30 20 10  

Abraham blijft spreken.  Blijft vragen. Blijft staan tussen God en stad.

Gebed wordt hier geen meditatie, maar tussenkomst.

Correctief ten opzichte van Grieks lezen

Een Grieks lezen zou hier snel scheiden:
God = verheven
mens = ondergeschikt
gebed = onderwerping
Maar Genesis 18 laat iets anders zien:
God komt nabij
mens ontvangt en dient
mens spreekt met God
mens pleit voor anderen

Relatie is hier wederkerig, zonder dat God ophoudt God te zijn.

Lezen met Joodse ogen

Genesis 18 leert ons misschien dit:

God komt niet alleen in visioenen, maar in ontmoetingen.

Belofte wordt niet alleen gehoord, maar ontvangen in gastvrijheid.

En gebed is niet alleen luisteren, maar ook spreken, zelfs pleiten.

Abraham staat hier tussen God en de wereld.

Misschien is dat roeping: niet alleen geloven, maar tussenbeide staan.

Waar word ik geroepen om niet alleen te luisteren, maar ook te spreken — voor anderen, voor recht, voor leven?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *