HET KEURSLIJF VAN DE EENHEID

toren van babel bruegels

 

HET KEURSLIJF VAN DE EENHEID

 

Over globalisering, en de oudste vijandschap van het Westen

Mijn moeder zei het aan de keukentafel, bijna terloops, alsof ze het over het weer had. Wees er maar niet te trots op, om joods te zijn. Er zijn mensen die ons altijd de schuld zullen geven. Niet omdat we iets gedaan hebben. Maar omdat we er zijn.

Ik begreep het toen niet. Ik begrijp het nu.

Want wat mijn moeder beschreef, is geen historische bijzonderheid. Het is een mechanisme. En dat mechanisme werkt nog steeds, zij het in een nieuw kostuum, met nieuwe woorden, gedragen door mensen die ervan overtuigd zijn dat zij, anders dan alle generaties voor hen, eindelijk vrij zijn van de oude reflexen.

Ze zijn het niet.

Dat is wat ik wil uitleggen. Niet als aanklacht. Maar als diagnose.

De religie zonder God

Globalisering was ooit een belofte. Een naoorlogs ideaal: open grenzen, vrije markten, universele waarden. De wereld als één groot project. Ik heb het zelf ook geloofd, op mijn manier, in de zeventiger jaren, toen het leek alsof de wereld werkelijk groter werd dan haar eigen beperkingen.

Maar ergens, ergens in die decennia van goede bedoelingen en groeiende welvaart, is dat ideaal iets anders geworden. Het is een geloof geworden. Compleet met dogma’s en priesters, met ketterijen en inquisitie.

De dogma’s luiden: nationalisme is de bron van alle kwaad. Grenzen zijn een overblijfsel van een achterlijk verleden. Identiteit is een constructie die mensen van elkaar scheidt, terwijl we in werkelijkheid allemaal hetzelfde zijn. Militaire kracht is een primitief instrument dat thuishoort in de negentiende eeuw, niet in de eenentwintigste.

De priesters zijn te vinden aan de universiteiten, in de redactiegebouwen van de grote kranten, bij de ngo’s en in de gangen van Brussel. Ze spreken een gedeelde taal. Ze herkennen elkaar aan de goede woorden en de foute. En wie de foute woorden gebruikt, wie afwijkt van het verhaal, wordt niet weerlegd maar vernietigd.

Niet met argumenten. Met etiketten.

Racist. Fascist. Islamofoob. Rechts-populist. Het etiket is het argument. Het etiket is het vonnis. Discussie gesloten.

Een systeem dat zijn tegenstanders niet weerlegt maar vernietigt, heeft het vertrouwen in de eigen argumenten verloren. Dat is geen kracht. Dat is angst.

En dan is er iets merkwaardigs. Iets wat ik mijn hele leven heb zien gebeuren, en wat ik steeds beter ben gaan begrijpen naarmate ik ouder werd. Totaalsystemen die eenheid eisen, systemen die anderszijn niet kunnen verdragen, botsen altijd op hetzelfde volk. Niet toevallig. Structureel. Met een regelmaat die om een verklaring vraagt.

Koppigheid zonder weerga

Laat ik eerlijk zijn over wat het Joodse volk is, en wat het niet is.

Het is niet bijzonder slim, niet bijzonder rijk, niet bijzonder machtig. Wie dat beweert, beweegt zich al in de taal van het antisemitisme, niet in die van de analyse. De werkelijke bijzonderheid van het Joodse volk is eenvoudiger en veel vreemder dan alle samenzweringstheorieën bij elkaar.

Het is zichzelf gebleven.

Verspreid over de wereld, zonder staat, zonder leger, doorheen twintig eeuwen van vervolging. Vervolgd in Egypte en Babylonië. Door Rome verwoest. Door de kerk gedemoniseerd. Door de Verlichting beloofd dat assimilatie de oplossing was, dat als de Joden maar ophielden met Jood te zijn, het probleem zou verdwijnen. En toch. Dezelfde wet. Dezelfde kalender. Hetzelfde gebed op vrijdagavond, dezelfde herinnering aan wat was, hetzelfde onwrikbare besef: wij zijn een volk, wij zijn niet inwisselbaar, wij verdwijnen niet.

Ik denk vaak aan mijn voorouders in Polen, ergens in een stadje waarvan de naam al lang vergeten is, die ’s ochtends hun gebedsriem omdeden en dezelfde woorden spraken die hun voorouders duizend jaar eerder hadden gesproken in Jeruzalem. Dat is geen bijgeloof. Dat is de meest radicale daad van culturele zelfhandhaving in de menselijke geschiedenis.

En dan, in de twintigste eeuw, doen ze iets wat alle logica van de moderne wereld weerspreekt. Ze gaan terug. Naar Eretz Israël, het Land Israël, het gebied tussen de Jordaan en de Middellandse Zee waar hun geschiedenis begon, waar David regeerde, waar de Tempel stond, waar hun taal bijna dood was en opnieuw tot leven werd geroepen door mensen die weigerden haar te laten sterven.

Ze stichten een staat. Een natiestaat, nota bene. Juist op het moment dat het Westen heeft besloten dat natiestaten het begin zijn van alle kwaad. Een staat met een leger, met een eigen vlag, met Jeruzalem als hoofdstad, een stad die ze zelf hebben benoemd en die de wereld weigert te erkennen. Een staat die zegt: wij zijn hier. Wij blijven hier. Wij verdedigen onszelf.

Vanuit het perspectief van het globaliseringsverhaal is dat ronduit schandalig. Niet omdat Israël slechter is dan andere staten. Maar omdat het de verkeerde staat is, op het verkeerde moment, met de verkeerde overtuigingen. Het weigert op te lossen. Het weigert inwisselbaar te worden.

De selectiviteit die alles verraadt

Hier wordt het interessant. En verontrustend.

China heeft een miljoen Oeigoeren in kampen gezet. De VN-Mensenrechtenraad vergaderde. China nam zitting in die raad en stemde mee over zijn eigen gedrag. Er was weinig ophef in de progressieve media. Rusland verwoest een Europees land. Er zijn demonstraties en verontwaardiging, maar geen boycots van Russische academici, geen platforms die Russische sprekers weigeren. Iran hangt homo’s op aan kranen. Stille verontwaardiging.

En dan voert Israël een oorlog in Gaza, een oorlog die voorafgegaan werd door het meest bloedige bloedbad van Joden sinds de Holocaust, en de westerse straten vullen zich. Universiteiten sluiten sprekers uit. Academische netwerken verbreken contacten. Kunstenaars weigeren op te treden. Politici die Israël verdedigen worden bedreigd.

Ik zeg niet dat kritiek op Israël per definitie antisemitisme is. Dat is een reductie die de discussie doodslaat, en die mij niet interesseert. Ik zeg iets anders: de intensiteit van deze vijandigheid, de selectiviteit ervan, is niet verklaarbaar uit een neutrale toepassing van morele principes.

Er is iets anders aan het werk. Iets ouders.

Antisemitisme heeft door de eeuwen heen steeds een nieuw kostuum aangetrokken. Het Roomse kostuum. Het kerkelijke. Het nationalistische. Nu draagt het een progressief kostuum. Het is nog steeds hetzelfde lichaam.

De drie lagen van een oude haat

Ik heb lang nagedacht over de vraag hoe dit werkt. Hoe het kan dat intelligente, welwillende, goed opgeleide mensen vervallen in patronen die ze zelf zouden herkennen als ze die bij anderen zagen.

Antisemitisme heeft altijd meerdere lagen gehad. Er is de ideologische laag: totaalsystemen die eenheid eisen, kunnen een volk dat zijn eigen wet volgt niet tolereren. Het bestaan van de Jood is een aanklacht tegen de universele pretentie van elk totaalsysteem. Er is de economische laag: uitsluiting drijft mensen naar de marges, succes in die marge wordt vervolgens als bewijs van samenspanning gepresenteerd, een cirkelredenering die al tweeduizend jaar werkt. En er is de psychologische laag: in tijden van crisis heeft een samenleving een zondebok nodig die voldoende anders is om buiten de gemeenschap te vallen.

Maar wat deze lagen activeert, wat hun motor is, dat is de ideologische laag. Zodra een systeem heeft vastgesteld dat de Jood niet past, dat Israël niet past, dat joodse particulariteit niet past in het verhaal dat men vertelt over de wereld, worden de andere lagen als vanzelf gemobiliseerd. De economische wrok krijgt zijn rechtvaardiging. De psychologische projectie vindt zijn doel.

De Romeinen begrepen dit mechanisme niet. De kerk begreep het niet. Hitler begreep het wel, maar dat is een andere categorie, een andere schaal van kwaad. En de hedendaagse westerse progressieve elite begrijpt het, opnieuw, niet. Dat is het merkwaardige. Zij zijn ervan overtuigd dat zij, anders dan alle generaties voor hen, aan de goede kant van de geschiedenis staan. Dat zij het mechanisme doorzien. Dat zij niet vervallen in oude patronen.

En ondertussen herhalen zij, met de beste bedoelingen, wat er altijd is gebeurd als een ideologie groter wordt dan haar eigen twijfels.

De vraag die niemand wil stellen

Zijn zij zich bewust van dit mechanisme? Nee. En dat is precies het probleem.

Mensen die weten wat ze doen, kunnen worden aangesproken op hun kennis. Mensen die handelen vanuit een blinde overtuiging zijn onbereikbaar voor het argument. Ze voelen zich goed. Ze doen het goede. Ze staan aan de goede kant. En ondertussen stijgen de antisemitische incidenten in Amsterdam, Parijs, Londen en Berlijn naar niveaus die we niet meer hebben gezien sinds de jaren dertig. Niet toevallig. Causaal.

Ik denk weer aan mijn moeder aan die keukentafel. Aan haar stem, die niet dramatisch was, niet waarschuwend. Bijna luchtig. Wees er maar niet te trots op. Er zijn mensen die ons altijd de schuld zullen geven. Niet omdat we iets gedaan hebben. Maar omdat we er zijn.

Het Joodse volk heeft langer dan enig ander volk in de westerse geschiedenis stand gehouden doordat het weigerde op te lossen in de omgeving. Doordat het zich niet liet inlijven in het grote verhaal van welk rijk dan ook. Doordat het bleef zeggen: wij zijn wie wij zijn, wij herinneren ons wat wij hebben meegemaakt, wij verdwijnen niet.

Die koppigheid, en ik gebruik dat woord met bewondering, is de meest radicale daad van culturele zelfhandhaving in de menselijke geschiedenis. En zij irriteert. Zij irriteert altijd. Zij irriteert de farao, de keizer, de paus, de führer. En zij irriteert, nu, de goedmenende progressief die ervan overtuigd is dat de wereld beter wordt als iedereen een beetje meer op elkaar gaat lijken.

Het Joodse volk zegt: nee. Al die eeuwen lang. Nee.

Misschien is het tijd dat het Westen begrijpt wat dat nee betekent. Niet als bedreiging. Als les.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *